Opsporing
Digitale opsporing en de toetsing daarvan
Digitaal bewijs ontstaat door de inzet van bevoegdheden. Wie die bevoegdheden kent, kan beoordelen of het bewijs rechtmatig en betrouwbaar is.
Vorderen van gegevens bij aanbieders
Van abonneegegevens tot verkeersgegevens en de inhoud van communicatie: elke categorie kent een eigen wettelijke grondslag en een eigen niveau van toetsing.
Onderzoek aan en in een geautomatiseerd werk
Het uitlezen van een telefoon of laptop kan een zeer ingrijpende inbreuk op de persoonlijke levenssfeer opleveren. De omvang van dat onderzoek en de toestemming daarvoor zijn zelfstandig toetsbaar.
Interceptie en de inzet van technische hulpmiddelen
Bij het aftappen van communicatie en de inzet van software op een systeem gelden strikte voorwaarden. De verslaglegging daarover moet controleerbaar zijn.
Buitenlandse datasets en rechtshulp
Datasets die in het buitenland zijn verkregen komen via rechtshulp het dossier in. De vraag hoe die gegevens tot stand zijn gekomen, en of dat controleerbaar is, is een terugkerend twistpunt.
Beslag op gegevensdragers en cryptovaluta
Naast de hardware kan ook de waarde in wallets onder beslag komen. Tegen het voortduren van beslag staat een klaagschrift open (art. 552a Sv).
Open bronnen en netwerkonderzoek
Onderzoek in open bronnen lijkt vrijblijvend, maar kan door stelselmatigheid alsnog een bevoegdheid vergen.
De keten van bewijs
Van inbeslagname tot proces-verbaal doorloopt digitaal bewijs een reeks bewerkingen. Elke bewerking is een moment waarop selectie plaatsvindt: welke gegevens worden veiliggesteld, welke worden geïndexeerd, welke worden relevant geacht en hoe worden ze geïnterpreteerd.
De verdediging kan die keten reconstrueren, aanvullende stukken vorderen en waar nodig een eigen deskundige laten benoemen door de rechter-commissaris.
Meer hierover in de analyse over digitaal bewijs en attributie.
Loopt er een onderzoek waarin uw gegevens zijn gevorderd of uw apparatuur is uitgelezen?